Bij uw kind starten we met atenolol als behandeling voor een hemangioom. Deze behandeling is nieuw voor hemangiomen. Daarom vinden wij het belangrijk u te informeren over de werking, maar ook de mogelijke bijwerkingen.
Wat is atenolol? uitklapper, klik om te openen
Atenolol is een medicijn dat hoort bij de groep bètablokkers. Bètablokkers worden al lange tijd (sinds de jaren zeventig) gebruikt bij kinderen, bijvoorbeeld bij hartritmestoornissen en een hoge bloeddruk.
In 2008 verscheen een publicatie in het New England Journal of Medicine, een gezaghebbend medisch tijdschrift. Daarin werd voor het eerst een gunstig effect beschreven van de bètablokker propranolol op hemangiomen. In deze publicatie worden twee kinderen beschreven die propranolol kregen vanwege bijwerkingen van prednison (dat toen de eerste keus was bij de behandeling van hemangiomen). Na de start met propranolol werden de hemangiomen binnen enkele dagen duidelijk kleiner. Daarna volgden snel meerdere studies die dit effect bevestigden.
Atenolol is een nieuwere bètablokker. Dit middel lijkt hetzelfde effect te hebben als propranolol, maar geeft minder bijwerkingen. Daarom is atenolol in ons centrum het middel van eerste keus geworden.
Werking van bètablokkers uitklapper, klik om te openen
Bètablokkers blokkeren de bèta-receptoren in het lichaam. Deze receptoren zitten onder andere in het hart, de longen, de lever en de hersenen. Wanneer het lichaam in actie moet komen, bijvoorbeeld bij inspanning of stress, maakt het adrenaline aan. Dit hormoon bindt aan de bèta-receptoren en zorgt ervoor dat het lichaam kan reageren op die situatie. Zo gaat het hart sneller kloppen om meer bloed rond te pompen. Ook gaan de luchtwegen verder openstaan, zodat we meer lucht kunnen inademen. Een bètablokker zorgt ervoor dat adrenaline deze organen minder goed kan stimuleren. Hierdoor daalt bijvoorbeeld de hartslag en de bloeddruk.
Er zijn twee soorten bèta-receptoren: type 1 en type 2. Type 1-receptoren zitten vooral in het hart. Type 2-receptoren zitten vooral in de longen en de lever. Propranolol werkt op beide typen receptoren. Atenolol werkt vooral op type 1-receptoren. Daarnaast is atenolol wateroplosbaar. Daardoor komt het niet in de hersenen terecht. Propranolol is vetoplosbaar en komt wel in de hersenen. Omdat atenolol minder op type 2-receptoren werkt, zien we minder bijwerkingen die te maken hebben met de longen en de lever, zoals benauwdheid en een lage bloedsuikerspiegel. Ook zien we minder vaak bijwerkingen zoals hoofdpijn of slecht slapen.
Waarom bètablokkers werken bij hemangiomen is nog niet precies bekend. Waarschijnlijk zorgen ze ervoor dat de kleine bloedvaatjes in het hemangioom samentrekken. Daardoor verandert de kleur van het hemangioom van felrood naar donkerpaars of grijs. Daarnaast denken we dat het middel de groei van de bloedvaatjes remt of zelfs stopt, waardoor het hemangioom kleiner wordt en uiteindelijk kan verdwijnen.
Bijwerkingen van atenolol uitklapper, klik om te openen
Atenolol blokkeert de bèta-receptoren in het lichaam. Hierdoor kan adrenaline deze receptoren minder goed stimuleren. De bijwerkingen van atenolol zijn hieruit te verklaren. Mogelijke klachten zijn:
- Lagere hartslag en lagere bloeddruk
Het hart gaat bij inspanning en stress minder snel kloppen en de bloeddruk kan iets dalen. Meestal merkt uw kind hier niets van. Uw kind kan wel koudere handen en voeten krijgen. In zeldzame gevallen kunnen klachten optreden zoals flauwvallen. - Benauwdheid, snelle ademhaling en hoesten
De luchtwegen kunnen zich iets minder goed verwijden tijdens het gebruik van een bètablokker. Dit geeft meestal geen problemen, ook niet als uw kind actief is. Alleen als uw kind al een longziekte heeft, zoals aanleg voor astma of terugkerende luchtwegklachten waarvoor pufjes nodig zijn, kan dit een rol spelen.
Omdat atenolol vooral op het hart werkt en nauwelijks op de longen, verwachten we dat deze bijwerkingen weinig optreden. Ook bij kinderen met luchtwegklachten is de kans op problemen klein, maar deze groep houden we extra in de gaten. - Hoofdpijn, onrustig slapen en gedragsveranderingen
Ook in de hersenen zitten bèta-receptoren. Atenolol bereikt de hersenen echter nauwelijks, omdat het wateroplosbaar is. De kans op bijwerkingen vanuit de hersenen is daarom klein.
Mogelijke klachten zijn hoofdpijn en, vooral bij jonge kinderen, onrustig slapen. Deze klachten zijn vaak tijdelijk. - Zweten, bleek zien, prikkelbaarheid of minder alert zijn (flauwvallen)
In de lever zitten ook bèta-receptoren (vooral type 2). Deze zorgen ervoor dat de lever bij stress, inspanning of vasten extra glucose (suiker) aanmaakt om de bloedsuiker op peil te houden.
Bij gebruik van een bètablokker verloopt deze reactie trager. Dit kan leiden tot een lage bloedsuikerspiegel. Omdat atenolol vooral op type 1-receptoren werkt, is de kans hierop klein. Gezonde kinderen hebben bovendien andere manieren om de bloedsuiker op peil te houden. In sommige situaties is het risico groter, bijvoorbeeld:
- bij gelijktijdig gebruik van prednison
- bij een hart- of nierziekte
Klachten van een lage bloedsuiker zijn onder andere slaperigheid, zweten, bleek zien en minder alert zijn.
Het starten en uitbreiden van vaste voeding kan volgens het schema van het consultatiebureau. Het is belangrijk om de voeding goed over de dag te verdelen. Zodra uw kind papvoeding mag krijgen, kunt u overwegen om de laatste avondfles pap te geven, zodat nachtvoeding niet meer nodig is. Bij tekenen van een lage bloedsuiker kan uw huisarts snel de bloedsuiker meten. U kunt uw kind ook voeding geven en kijken of de klachten verbeteren. Neem daarnaast altijd contact op met uw behandelend arts in het ziekenhuis. - Moeizame ontlasting of diarree
Een andere mogelijke bijwerking van atenolol is een verandering van de ontlasting. Dit komt doordat atenolol ook werkt op bèta-receptoren in de darmen.
Als de ontlasting moeizaam verloopt en klachten geeft, kan de arts overwegen om de ontlasting met medicatie zachter te maken.
Wanneer mag uw kind atenolol niet gebruiken? uitklapper, klik om te openen
Bij sommige aandoeningen kan het gebruik van atenolol risico’s geven. Overleg daarom vóór de start altijd met een specialist. Het gaat om de volgende situaties bij uw kind of in de familie:
Hartritmestoornissen
Bijvoorbeeld zichtbaar op een hartfilmpje (ECG), zoals:
- sick sinus-syndroom
- tweede- of derdegraads AV-blok
Mogelijk verminderde hartfunctie
- Groeit uw kind goed volgens de groeicurve? Hoe ziet het voedingsschema eruit (frequentie en hoeveelheid)?
- Drinkt uw kind goed? Zijn er klachten zoals zweten of benauwdheid tijdens het drinken?
- Is er wel eens blauwverkleuring, anders dan aan handen, voeten of rond de mond (zonder dat lippen of tong blauw zijn)?
Hartafwijkingen
Aangeboren hartafwijkingen of cardiomyopathie (sporthart).
- Komt dit voor in de familie?
- Zijn er familieleden jonger dan 40 jaar overleden zonder duidelijke oorzaak?
Relatieve contra-indicaties voor atenolol
Is uw kind bekend met:
- hartafwijkingen
- astma of bronchiale hyperreactiviteit
- diabetes mellitus (suikerziekte)
- nierinsufficiëntie
- voedselallergie (bijvoorbeeld met gebruik van een epipen)
- stofwisselingsziekten (met lage bloedsuikers of dieetbeperkingen)
Als uw kind een van deze aandoeningen heeft, vindt behandeling met bètablokkers plaats in overleg met een gespecialiseerde kinderarts.
Hoe lang gebruikt uw kind atenolol? uitklapper, klik om te openen
Omdat atenolol nog relatief nieuw is bij de behandeling van hemangiomen, is nog niet precies bekend hoe lang de behandeling moet duren. In ons centrum starten we meestal met een behandelperiode van twee tot drie maanden.
Als het middel goed werkt, gebruiken we het vaak tot de leeftijd van één jaar. Hemangiomen kunnen namelijk groeien tot de leeftijd van negen tot twaalf maanden. Soms groeit een hemangioom langer door, vooral bij een onderhuidse component. Ook kan het hemangioom weer groeien nadat de behandeling is gestopt. In dat geval kan de behandeling met atenolol opnieuw worden gestart.
Wanneer neemt u contact op? uitklapper, klik om te openen
Neem contact op met uw behandelend arts als:
- uw kind suf, bleek of minder alert is
- uw kind benauwd is of blijft hoesten
- uw kind het medicijn niet binnenhoudt door braken
- het hemangioom weer groeit, dikker of roder wordt
- uw kind duidelijk in gewicht is toegenomen (mogelijk moet de dosering worden aangepast)
- u zich zorgen maakt over klachten
Contact uitklapper, klik om te openen
Als u een afspraak wilt maken op de polikliniek dermatologie, hebt u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist.