Wij zijn onze website aan het vernieuwen.

Ontdekt u nog een pagina die niet klopt of hebt u een goede suggestie, laat het ons dan weten via webmedia@umcutrecht.nl.

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid.

respiratoir syncytieel virus

Het RS-virus (Respiratoir Syncytieel Virus / RSV) is een van de belangrijkste veroorzakers van verkoudheid. Voor volwassenen blijft het meestal bij deze verkoudheid, maar bij baby’s en jonge kinderen kan de verkoudheid overslaan op de lagere luchtwegen en leiden tot een vorm van longontsteking.

Het RS-virus

Het RS-virus is een veel voorkomend en zeer besmettelijk virus. Het virus is vooral in de wintermaanden actief. Het komt zoveel voor dat ieder kind er wel een keer mee wordt besmet in zijn eerste twee levensjaren. Vaak geeft het RS-virus alleen verkoudheidsklachten zoals een loopneus of hoesten, maar met name kleine kinderen hebben er meer last van. De onschuldige verkoudheid kan zich namelijk ontwikkelen tot een zware luchtweginfectie en gepaard gaan met benauwdheid, piepen en hoesten. 

Bij baby’s kan door het virus Bronchiolitis, een vorm van longontsteking, ontstaan. Dit is een ontsteking van de kleine luchtwegen die naar de longblaasjes lopen. Hierdoor krijgt het kind het benauwd. Bij een ernstige RS-infectie moet soms tijdelijk (enige dagen) extra zuurstof worden gegeven waarvoor opname in het ziekenhuis noodzakelijk is. Ongeveer 1 op de 100 pasgeborenen wordt in het eerste levensjaar opgenomen in het ziekenhuis met een RS-virusinfectie.

Ongeveer 10% van de kinderen die vanwege een RS-infectie in het ziekenhuis worden opgenomen heeft beademingsondersteuning op de intensive care nodig. Na ontslag uit het ziekenhuis kunnen de hoestklachten 1 tot 2 maanden aanhouden. Ongeveer de helft van kinderen houdt gedurende enkele jaren terugkerend klachten van piepende ademhaling.

Bepaalde risicogroepen - met name kinderen jonger dan 6 maanden en baby’s die te vroeg geboren zijn - lopen een groter risico op een ernstig verloop van een RS-infectie. Voor hen kan de infectie zelfs levensbedreigend zijn. Doordat een beademingsmachine op de intensive care afdeling de ademhaling kan overnemen is sterfte door het RS-virus in Nederland gelukkig zeer zeldzaam.

Risicogroepen en risicofactoren

Sommige kinderen lopen een groter risico op een ernstige RS-infectie dan anderen. Tot de risicogroepen behoren:

  • Te vroeg geboren kinderen (zwangerschapsduur minder dan 37 weken)
  • Kinderen met een aangeboren hartafwijking
  • Kinderen met chronische longaandoening (bijvoorbeeld bronchopulmonale dysplasie)
  • Kinderen met Down Syndroom

Daarnaast zijn er factoren die, in meer of mindere mate, een rol spelen bij een ernstiger verloop van een RS-virusinfectie. 

  • Geboorte in of vlak vóór het RS-seizoen (augustus-februari);
  • De aanwezigheid van oudere broertjes/zusjes in het gezin;
  • Blootstelling van de baby aan sigarettenrook;
  • Flesvoeding in plaats van borstvoeding;
  • Een erfelijke aanleg voor astma, eczeem en/of hooikoorts.

Symptomen van Respiratoir syncytieel virus

Bij de meeste kinderen zijn de symptomen hetzelfde als bij een gewone verkoudheid: een loopneus, hoesten en soms een beetje koorts. De infectie gaat meestal na 3 tot 7 dagen over.

Een RS-virusinfectie kan snel verergeren en binnen 24 uur een opname in het ziekenhuis noodzakelijk maken. Symptomen die wijzen op een ernstiger verloop zijn:

  • moeilijke of snelle ademhaling 
  • een piepend geluid bij ademhaling 
  • onrustig en snel geïrriteerd zijn 
  • geen of weinig eetlust
  • intrekkende borstkas

Respiratoir syncytieel virus en het WKZ

In het Wilhelmina Kinderziekenhuis doet een speciale onderzoeksgroep veel onderzoek naar het RS-virus. Deze onderzoeksgroep heeft een eigen webpagina waar u informatie kunt vinden over lopende onderzoeken en publicaties van onderzoeksresultaten. 

Behandeling van Respiratoir syncytieel virus

Er geen medicijn om een RS-virusinfectie te behandelen. Uiteindelijk moet het afweersysteem van uw kind het virus zelf bestrijden. De behandeling is vooral ondersteunend en gericht op het bestrijden van de symptomen. 

Verkouden kinderen krijgen tegen een verstopte neus neusdruppels met zout water en eventueel druppels met Xylomethazoline. Zoutwater-druppels mag u regelmatig geven, in ieder geval voorafgaande aan iedere voeding. Xylomethazolinedruppels mag u maar 3 keer per dag geven en maximaal gedurende  7 dagen.

Kinderen die benauwd zijn of ernstige problemen hebben met drinken, worden opgenomen in het ziekenhuis. Baby’s worden meestal ter observatie opgenomen. Kinderen die niet (meer) zo benauwd zijn en nog voldoende drinken, mogen naar huis om uit te zieken. 

Bij kinderen met een verhoogd risico op een ernstig verlopende RS-virusinfectie kan palivizumab worden toegediend. Palivizumab is een antistof die de kans op een ernstige RS-infectie helpt verkleinen. Deze antistof wordt preventief gegeven aan baby’s met een aangeboren hartafwijking, baby’s die geboren zijn na een zwangerschapsduur van 32 weken of minder en aan baby’s met een chronische longziekte.

Meer informatie

Wat kunt u zelf doen

Het RS-virus wordt overgedragen door:

  • Contact met besmette omgevingsoppervlakken, bijvoorbeeld handen
  • Nauw contact met een besmette persoon: knuffelen, stoeien etc.

Het virus kan meerdere uren overleven buiten de mens, bijvoorbeeld op voorwerpen (speelgoed) of op ongewassen handen.

Tijdens de eerste levensmaanden van een kind kunt u de volgende stappen nemen om blootstelling aan het RS-virus en andere virussen zo veel mogelijk te voorkomen:

  • Zorg dat iedereen de handen wast alvorens ze de baby aanraken.
  • Houd de baby weg van personen die verkouden zijn of koorts hebben.
  • Was en ontsmet speelgoed regelmatig.

Indien de diagnose RS-virusinfectie bij uw kind is gesteld kunt u niet meer doen dan afwachten tot uw kind vanzelf beter wordt. Na ontslag uit het ziekenhuis moet uw kind nog aansterken. Het kan dan zinvol zijn om nog enkele weken direct contact met verkouden kinderen te vermijden. Uiteraard is dat lastig als u nog meer kinderen thuis heeft

Vooruitzichten

De virusinfectie is meestal onschuldig en gaat na enige dagen vanzelf over, ook al kan de hoest soms nog lang aanwezig blijven (1-2 maanden).

De helft van de kinderen die vanwege benauwdheid door RS-infectie opgenomen is geweest in het ziekenhuis kan in de periode hierna bij een volgende verkoudheid opnieuw benauwd zijn. Klachten zoals hoesten, vol zitten en een piepende ademhaling treden dan op. De benauwdheidsklachten bij verkoudheden worden meestal steeds minder. Als ouder kun je je kind niet goed helpen tegen periodes van benauwdheid. Wel kunt u uw kind weghouden van sigarettenrook.

RSV patiëntennetwerk WKZ 

Binnen het Wilhelmina Kinderziekenhuis zijn ouders van kinderen die een ernstige RS-virusinfectie hebben doorgemaakt actief betrokken bij de onderzoeksgroep die zich bezig houdt met het RS-virus. Het RSV patiëntennetwerk (RSV-PN) heeft een eigen webpagina. Hier vindt u meer informatie over het RS-virus in de vorm van ervaringsverhalen en voorlichtingsmaterialen, maar ook over de activiteiten van het netwerk en de samenwerking tussen ouders en de onderzoekers van het WKZ. 

Relevante links

Betrouwbare informatie is ook te vinden op informatie op www.resvinet.org.

Voorlichting en begeleiding van uw kind

Meisje.jpg

Uw kind voorbereiden

Ieder kind is anders en daarmee ook de voorbereiding. Uitgangspunt bij een goede voorbereiding is dat uw kind zich straks zoveel mogelijk op zijn gemak voelt bij ons.   

WKZ-kind-website.jpg

WKZ-kindersite

Wilt uw kind zien hoe het WKZ eruitziet, of meer weten over een onderzoek, behandeling of ziekte? Op de WKZ-kindersite staat deze informatie voor kinderen en jongeren. 

Hebt U vragen ?

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de polikliniek infectieziekten.

Als u een afspraak wilt maken op de polikliniek infectieziekten, hebt u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist.

088 75 540 75 De afdeling is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08.30 tot 16.30 uur. 

Naar boven