Wij zijn onze website aan het vernieuwen.

Ontdekt u nog een pagina die niet klopt of hebt u een goede suggestie, laat het ons dan weten via webmedia@umcutrecht.nl.

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid.

vruchtwaterpunctie

De vruchtwaterpunctie is een onderzoek tijdens de zwangerschap. Het is een vorm van invasieve prenatale diagnostiek. Invasief betekent dat we voor deze test iets uit uw lichaam moeten halen, namelijk vruchtwater. Vruchtwater is een vloeistof die in de baarmoeder zit. Bij de vruchtwaterpunctie zuigen we met een holle naald een beetje vruchtwater uit uw baarmoeder. In dat vruchtwater zitten losse cellen van uw kind en eiwitten. Als we die cellen en die eiwitten onderzoeken, kunnen we zien of uw kind bepaalde afwijkingen heeft.

Over het onderzoek vruchtwaterpunctie

Met de vruchtwaterpunctie kunnen we onderzoeken:

  • of uw kind een chromosoomafwijking heeft
  • of uw kind een dna afwijking of een stofwisselingsstoornis heeft 

Voor chromosoom- en dna onderzoek kijken we naar cellen van uw kind die in het vruchtwater zitten.

Betrouwbaarheid van het onderzoek

  • Hoe groot is de kans dat mijn kind tóch een chromosoomafwijking heeft, terwijl de uitslag van de vruchtwaterpunctie normaal was?  Die kans is verwaarloosbaar klein.
  • Hoe groot is de kans dat mijn kind géén chromosoomafwijking heeft, terwijl de uitslag van de vruchtwaterpunctie afwijkend was?  Die kans is verwaarloosbaar klein.  
  • Geeft de vruchtwaterpunctie honderd procent zekerheid?

Vrijwel honderd procent. De kans dat de uitslag niet klopt, is verwaarloosbaar klein.

Voor wie?

Wanneer kan ik de vruchtwaterpunctie laten doen?

De vruchtwaterpunctie is bedoeld voor vrouwen waarvan het kind een grotere kans heeft dan gemiddeld op een (chromosoom)afwijking. Dat kan allerlei oorzaken hebben. Bijvoorbeeld:

  • u bent drager van een chromosoomafwijking. 
  • bij echo-onderzoek waren bij uw kind afwijkingen te zien die kunnen passen bij een chromosoomafwijking.
  • de vader van uw kind is drager van een chromosoomafwijking. 
  • u bent al eens (tenminste 16 weken) zwanger geweest van een kind met (zeer waarschijnlijk) een chromosoomafwijking. 
  • u (of de vader van het kind of een eerder kind) hebt zelf een afwijking in uw DNA. En u hebt een verhoogde kans op een kind met een ziekte door die afwijking in het DNA. 
  • u kreeg eerder een kind met een chromosoomafwijking.  
  • volgens een ander onderzoek (20-weken echo, nekplooimeting of combinatietest) heeft uw kind een verhoogde kans op Downsyndroom of op trisomie 13 of 18. 
  • u bent zwanger geworden na een ICSI-procedure (dit is een speciale manier van IVF, een behandeling bij onvruchtbaarheid). 
  • u hebt een duidelijk verhoogde kans op een kind met een open rug.

De vruchtwaterpunctie kunt u laten doen als u 16 weken of langer zwanger bent.

Sinds 2012 zijn er twee vormen van chromosoomonderzoek. Als uit een ander onderzoek blijkt dat u een verhoogde kans hebt op een kindje met een chromosoomafwijking. Hebt u een  keuze uit 2 testen:

  • het klassieke chromosoomonderzoek waarbij na celkweek het aantal en de vorm van alle chromosomen wordt onderzocht. De uitslag hiervan krijgt u na ongeveer drie weken.
  • de snelle QF-PCR test waarbij alleen het aantal van de chromosomen 13, 18, 21 en X en Y(de geslachtschromosomen) vastgesteld wordt. Celkweek is niet nodig, daarom is de uitslag binnen één week bekend.  

Kan ik een vruchtwaterpunctie laten doen als ik zwanger ben van een één-eiïge tweeling?

Ja, dat kan. Wij adviseren u dan twee vruchtwaterpuncties: één voor elk kind. Ook al zijn de twee kinderen van een één-eiїge tweeling meestal precies hetzelfde. Toch heeft soms één van de twee een chromosoomafwijking en de ander niet. Dat kan alleen als die afwijking pas na de bevruchting is ontstaan. Die kans is klein, maar het kan wél.

Doordat we twee vruchtwaterpuncties doen, is het risico op een miskraam ook tweemaal zo groot (geen 0,3 procent maar 0,6 procent, dat betekent dat het niet bij 3 van de 1000 vruchtwaterpuncties mis gaat, maar bij 6 van elke 1000 vruchtwaterpuncties).
Het voordeel is dat de uitslag van de vruchtwaterpunctie dan iets betrouwbaarder is.
Heel soms (die kans is 1 procent, dat is 1 van elke 100 een-eiige tweelingen) zitten de twee kinderen van een een-eiige tweeling samen in dezelfde vruchtzak. Dan prikken we natuurlijk maar één keer.

Kan ik de vruchtwaterpunctie laten doen als ik zwanger ben van een twee-eiige tweeling?

Ja, dat kan. We doen twee vruchtwaterpuncties als we op de echo twee placenta’s zien.
Dan is de kans dat de tweeling twee-eiїg is zo’n 85 procent (dat zijn 85 van elke 100 tweelingen waarbij ieder kind een eigen placenta heeft).
Een twee-eiïge tweeling heeft net als twee gewone broertjes of zusjes niet dezelfde chromosomen. Daarom doen we bij elk kind een vruchtwaterpunctie. Want beide kinderen hebben ieder kans op een chromosoomafwijking. Doordat we twee vruchtwaterpuncties doen, is de kans op een miskraam ook tweemaal zo groot (geen 0,3 procent maar 0,6 procent, dat betekent dat het niet bij 3 van de 1000 vruchtwaterpuncties misgaat, maar bij 6 van elke 1000 vruchtwaterpuncties).

Is de vruchtwaterpunctie verplicht?

De vruchtwaterpunctie is niet verplicht. U beslist zelf of u de vruchtwaterpunctie laat doen of niet.

Veel gestelde vragen

  • Wie betaalt de vruchtwaterpunctie?

De zorgverzekeraar betaalt als u een officiële medische reden (medische indicatie) voor de vruchtwaterpunctie hebt. Als u zo’n officiële medische reden niet hebt, voeren we de vruchtwaterpunctie meestal niet uit. Als we de vruchtwaterpunctie wel zouden uitvoeren, dan moet u de kosten zelf betalen.

  • Hoeveel kost de vruchtwaterpunctie?

Een vruchtwaterpunctie kost in totaal ongeveer €1.000. Daarvan is ongeveer €300 voor het afnemen van het vruchtwater en ongeveer € 700 voor het onderzoek in het laboratorium.

Voorbereiding vruchtwaterpunctie

Wat zijn de risico’s van de vruchtwaterpunctie?

De vruchtwaterpunctie kan een bloeding, een infectie of een miskraam veroorzaken. De kans op een miskraam is 0,3 procent. Dat betekent dat 3 van de 1000 vrouwen die een vruchtwaterpunctie laten doen, daarna een miskraam krijgt. Het is niet altijd  duidelijk of de miskraam wel door de vruchtwaterpunctie komt.

Kiezen voor een voor een vruchtwaterpunctie: waarom wel en waarom niet? 

Waarom wel kiezen voor de vruchtwaterpunctie?

  • u wilt van tevoren weten of uw kind een chromosoomafwijking of een DNA-afwijking heeft. Als dat zo is, wilt u er eventueel nog voor kunnen kiezen om de zwangerschap te laten afbreken. Als u meer dan 24 weken zwanger bent, mag het afbreken van de zwangerschap volgens de wet niet meer. 
  • de uitslag van de vruchtwaterpunctie biedt grote zekerheid of uw kind wel of geen chromosoomafwijking heeft. De 20-weken echo en de combinatietest geven geen zekerheid maar berekenen alleen de kans op een kind met een (chromosoom)afwijking.

Waarom niet kiezen voor de vruchtwaterpunctie?

  • als u niet van tevoren wilt weten of uw kind een chromosoomafwijking of een DNA-afwijking heeft. 
  • u vindt het risico van 0,3 procent op het misgaan van de zwangerschap bij de vruchtwaterpunctie te hoog. (0,3 procent betekent dat het bij 3 van elke 1000 zwangerschappen misgaat). 
  • u wilt de vruchtwaterpunctie niet laten doen, maar u voelt zich min of meer verplicht doordat het kan, of door wat mensen in uw omgeving vinden. 
  • u vindt dat u als de uitslag komt al te lang zwanger bent om een zwangerschap eventueel af te laten breken.
  • u kiest er vanuit uw levensovertuiging toch niet voor om een zwangerschap af te laten breken. U wilt de natuur haar gang laten gaan.

Tijdens het onderzoek

U mag uw partner of iemand anders meenemen tijdens de vruchtwaterpunctie.

Wat gebeurt er tijdens de vruchtwaterpunctie?

  • we maken een echo van uw buik om te kijken waar het vruchtwater precies zit en of we er goed bij kunnen komen met de naald. Dat kan bijna altijd.
  • we smeren uw buik in met een ontsmettende vloeistof. Meld het ons als u allergisch bent voor jodium!
  • u krijgt geen verdoving. Een verdovingsprik doet meer pijn dan de vruchtwaterpunctie zelf.
  • we maken een echo van uw buik om in de gaten te kunnen houden waar de naald is.
  • we prikken met de holle naald in uw buik tot de punt in het vruchtwater zit. Tijdens de vruchtwaterpunctie houden we de naald met de echo in beeld. Het kind wordt niet geraakt. 
  • aan de naald zit een lege injectiespuit. Daarmee zuigen we via de naald wat vruchtwater op. Niet meer dan 18 ml, dat is minder dan 1/10 van de op dat moment aanwezige hoeveelheid vruchtwater. In totaal duurt het afnemen van het vruchtwater een paar seconden.
  • wanneer we voldoende vruchtwater hebben opgezogen, trekken we de naald weer voorzichtig uit uw buik. Het bloedt meestal niet na en er hoeft geen pleister op.
  • we maken de spuit leeg in een flesje. We vragen u om te controleren of de naam die op het flesje staat uw naam is.
  • tijdens de vruchtwaterpunctie kan bloed van uw kind in contact komen met uw eigen bloed. Als u een speciale bloedgroep hebt (rhesus-D negatief) kan dat gevaarlijk zijn voor uw kind. Als u die bloedgroep heebt, krijgt u na de vruchtwaterpunctie een injectie met anti-D immunoglobuline toegediend. Deze stof zorgt ervoor dat uw lichaam geen antistoffen gaat vormen tegen de rode bloedcellen van uw kind. Zo’n injectie is niet nodig als de vader van uw kind diezelfde rhesus-negatieve bloedgroep heeft.
  • na het onderzoek mag weer naar huis. we sturen het flesje met het vruchtwater naar het laboratorium van de afdeling Medische Genetica van het UMC Utrecht. Daar centrifugeren ze het vruchtwater, waardoor de cellen naar de bodem zakken.
  • de cellen worden in een ander flesje gedaan, waarin ze voedingsmedium krijgen en zich kunnen gaan delen. Als er genoeg delende cellen zijn, kunnen we in het laboratorium de chromosomen zichtbaar maken. U hebt de uitslag hiervan binnen drie weken.
  • soms is ook DNA-onderzoek nodig. Dan sturen we een deel van het vruchtwater met een speciale koerier naar een DNA-laboratorium in Nederland of in het buitenland. Soms doet het DNA-laboratorium van de afdeling Medische Genetica van het UMC Utrecht het DNA onderzoek. Bij iedere vrouw maken we hier individuele afspraken over. Het ene onderzoek neemt soms meer tijd in beslag dan het andere.

Doet de vruchtwaterpunctie pijn?

Sommige vrouwen vinden het niet pijnlijk; anderen vinden het vergelijkbaar met de pijn bij het afnemen van bloed.

Waar kan ik de vruchtwaterpunctie laten doen?

U kunt een vruchtwaterpunctie alleen laten doen in een ziekenhuis dat daar een vergunning voor heeft. Dat zijn in Nederland acht academische ziekenhuizen en een aantal andere grote ziekenhuizen die daarvoor een overeenkomst hebben met het academisch ziekenhuis. De vruchtwaterpunctie wordt altijd gedaan door een ervaren gynaecoloog.

Mogelijke complicaties

De vruchtwaterpunctie kan een bloeding, een infectie of een miskraam veroorzaken. De kans op een miskraam is 0,3 procent. Dat betekent dat 3 van de 1000 vrouwen die een vruchtwaterpunctie laten doen, daarna een miskraam krijgt. Soms is niet duidelijk of de miskraam wel door de vruchtwaterpunctie komt.

Na het onderzoek

De uitslag

Wanneer krijg ik de uitslag van de vruchtwaterpunctie?

  • Het klassieke chromosoomonderzoek is meestal binnen 3 weken bekend.
  • De snelle QF-PCR test  binnen 1 week bekend.

Hoe krijg ik de uitslag van de vruchtwaterpunctie?

Als de uitslag van de vruchtwaterpunctie normaal is, krijgt u een brief van de afdeling Medische Genetica van het UMC Utrecht. Als u dat wilt zetten we ook in de brief of uw kind een jongen of een meisje is.
De klinisch geneticus of de gynaecoloog belt u zelf op als uw kind volgens de uitslag van de vruchtwaterpunctie

  • een chromosoomafwijking heeft  
  • een DNA-afwijking heeft 

U hoort aan de telefoon wat de uitslag is. Ook krijgt u al wat informatie over de aandoening die uw kind heeft. Als u meteen vragen hebt, krijgt u zo goed mogelijk antwoord aan de telefoon. U kunt dezelfde of de volgende dag al komen om verder te praten (een counselinggesprek) met een klinisch geneticus en met een maatschappelijk werker.

 Vervolgstappen

Hoe verder na een normale uitslag van de vruchtwaterpunctie?

Bij een goede uitslag is geen vervolgonderzoek nodig.
U kunt nog wel een 20-weken echo laten maken. Daarmee kunnen we ook andere afwijkingen ontdekken dan met de vruchtwaterpunctie. Iedere zwangere vrouw in Nederland kan een 20-weken echo laten maken.

Hoe verder na een afwijkende uitslag van de vruchtwaterpunctie?

Als uit de vruchtwaterpunctie blijkt dat uw kind een chromosoomafwijking of een DNA-afwijking heeft, staat u voor een heel moeilijke keuze. U kunt een gehandicapt kind krijgen. Of u kunt ervoor kiezen de zwangerschap te laten afbreken. U krijgt de uitslag aan de telefoon. De volgende dag kunt u praten met een klinisch geneticus en een maatschappelijk werker. Dit gesprek duurt ongeveer een uur. U krijgt dan veel informatie over de mogelijke gevolgen van de aandoening van uw kind. Als u dat wilt, krijgt u ondersteuning bij het nemen van een beslissing om wel of niet de zwangerschap af te laten breken. Als u meer dan één gesprek wilt, kan dat ook. Als u de zwangerschap af wil laten breken, moet dat gebeuren voordat u 24 weken zwanger bent. Anders mag het volgens de wet niet meer.

Hoe verder na een onderzoeksuitslag met slecht nieuws over mijn één-eiïge tweeling?

Het is heel uitzonderlijk, maar toch kan het gebeuren dat u zwanger bent van een één-eiige tweeling die samen één placenta delen, en dat uit de vruchtwaterpunctie blijkt dat één van de twee kinderen een afwijking heeft. Als u dat wilt, kunnen we het leven van het kind met de handicap binnen de baarmoeder beëindigen. U bent daarbij onder plaatselijke verdoving of onder algehele narcose. Via een klein sneetje in de buik klemmen we de navelstreng van het gehandicapte kind af. Het kind gaat daardoor dood. Het dode kind blijft in de baarmoeder en wordt later samen met het levende kind geboren.

De kans dat u hierdoor een miskraam krijgt en ook het andere kind verliest is ongeveer 5 procent. Dat betekent dat bij 5 van elke 100 tweelingzwangerschappen waarbij we het leven van het ene kind op deze manier beëindigen, ook het andere kind onbedoeld overlijdt. De operatie veroorzaakt dan een miskraam.

Hoe verder na een onderzoeksuitslag met slecht nieuws over mijn twee-eiïge tweeling?

Soms heeft één van de twee kinderen van een twee-eiïge tweeling een afwijking en het andere kind niet. Als de ouders dat willen, kunnen we het leven van het kind met de afwijking in de baarmoeder beëindigen met een injectie in de navelstreng. U bent daarbij onder plaatselijke verdoving of onder algehele narcose. Het dode kind blijft in de baarmoeder en wordt later samen met het levende kind geboren.

Het kan zijn dat zo’n operatie een miskraam veroorzaakt. Dan gaat het andere kind ook dood. De kans op een miskraam is ongeveer 1 procent. Dat betekent dat bij 1 van elke 100 twee-eiige tweelingzwangerschappen waarbij we het leven van het ene kind op deze manier beëindigen, ook het andere kind onbedoeld overlijdt. De operatie veroorzaakt dan een miskraam.

Leefregels

U mag weer naar huis. U moet het rustig aan doen tot de volgende ochtend. U moet de afdeling Verloskunde van het UMC Utrecht bellen (tel: 088 75 589 10) als u:

  • Bloed of vocht verliest uit uw vagina
  • Koorts of buikpijn krijgt

 
U mag ook in de weken na de vruchtwaterpunctie nog bellen

Hebt u vragen?

Contact en afspraak maken

Hebt u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met het WKZ Geboortecentrum.

Naar boven