Terug

Common Variable Immunodeficiency Disorder (CVID)

Het afweersysteem van kinderen met CVID (Common Variable Immunodeficiency Disorder) reageert niet goed op nieuwe virussen en bacteriën die hun lichaam binnenkomen. Daardoor zijn ze vaak ziek. Ze hebben bovendien een groter risico om een auto-immuunziekte te ontwikkelen.

Common Variable Immunodeficiency Disorder (CVID) en het WKZ

Oorzaken Common Variable Immunodeficiency Disorder (CVID)

Hoe werkt het afweersysteem?

Antistoffen zijn belangrijk bij het opruimen van bacteriën en virussen. Antistoffen worden gemaakt door B-cellen en plasmacellen. Die plasmacellen zijn ontstaan uit B-cellen. Als B-cellen in contact zijn geweest met T-cellen, kunnen ze antistoffen maken. De T-cellen herkennen een virus of bacterie en ze geven door aan de B-cel welke antistof deze moet maken om het virus of de bacterie op te ruimen.

Er zijn verschillende soorten antistoffen, namelijk antistoffen die in het bloed zitten (IgG en IgM), en antistoffen die in de slijmvliezen en in de weefsels zitten (IgA). Niet alle antistoffen zijn even krachtig en bepaalde antistoffen worden sneller aangemaakt dan anderen.

Onderzoek en diagnose

Diagnostisch onderzoek bij afweerstoornissen

  • bloedonderzoek geeft meer duidelijkheid over de aard en het type afweerstoornis
  • erfelijkheidsonderzoek richt zich op genetische oorzaken van de afweerstoornis
  • beeldvormend onderzoek geeft inzicht in een eventuele bijkomende ziekte bijvoorbeeld in de longen of de darmen

Diagnose aangeboren afweerstoornis

CVID komt relatief veel voor onder de afweerstoornissen. Bij kinderen met CVID kan het stellen van de diagnose soms lang duren, maar meestal is er snel duidelijkheid. Er worden verschillende bloedtesten uitgevoerd. In het WKZ zijn alle technieken beschikbaar om deze afweerstoornis op te sporen.

Daarnaast heeft het WKZ een methode ontwikkeld om de erfelijke oorzaken van afweerstoornissen sneller op te sporen. Kinderen met zeldzame immuunziekten kunnen hierdoor eerder de juiste behandeling krijgen. Met de nieuwe methode worden 190 genen bekeken die afweerstoornissen kunnen veroorzaken. Als een van deze genen de ziekte veroorzaakt, weten de artsen, de ouders en de patiënt dus meteen om welke ziekte het gaat.

Problemen met de aanmaak van antistoffen

Als de dokter wil onderzoeken of er voldoende antistoffen in het bloed zijn, kijkt hij naar diverse typen antistoffen in het bloed (IgM, IgA en IgG). Ook controleert hij of er na een of meer vaccinaties voldoende antistoffen zijn aangemaakt. Zo kan  de arts zien of het afweersysteem goed werkt.

Behandeling Common Variable Immunodeficiency Disorder (CVID)

De behandeling van CVID is gericht op het voorkomen van infecties. Kinderen met een diagnose van CVID worden beschermd door het toedienen van beschermende antistoffen. Dit kan via het infuus in een van de bloedvaten of onderhuids. Deze antistoffen kunnen ook thuis gegeven worden. Bovendien krijgen sommige patiënten met CVID beschermende antibiotica. Soms is behandeling nodig met medicijnen die de afweer onderdrukken. Dit geldt alleen voor de patiënten die tevens een ontregelde afweer hebben. Mogelijke behandelingen zijn:

  • bescherming met antibiotica: Als de arts dit voorschrijft, gebruikt uw kind elke dag een lage dosis antibiotica. Dit houdt veel infecties buiten de deur.
  • antistoffen vervangingstherapie (infuus): Tijdens deze behandeling krijgt uw kind beschermende afweerstoffen (immuunglobulines) toegediend.
  • isolatiemaatregelen
  • stamceltransplantatie
  • afweeronderdrukkende medicatie: Alleen voor patiënten met tegelijkertijd voorkomende ontregeling van het immuunsysteem.

Meer informatie

Hebt u vragen?

Contact en afspraak maken

Hebt u vragen of maakt u zich zorgen? Neem dan contact op met de polikliniek immunologie.

088 75 540 75
Maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur.

Centrum

Polikliniek

Verpleegafdeling

Onderzoek

Behandeling