Terug

Operatieve behandeling heupdysplasie

Bij het stellen van de diagnose heupdysplasie na de leeftijd van 1 jaar of bij een heupdysplasie die niet voldoende hersteld is door het dragen van spreidmiddelen, kan de kinderorthopedisch chirurg een operatie voorstellen. 

Wat is Operatieve behandeling heupdysplasie

Wanneer heupdysplasie niet behandeld wordt, kan dit leiden tot vroegtijdige slijtage van de heup. Tijdens het eerste levensjaar wordt heupdysplasie behandeld met spreidmiddelen, zoals een Pavlik-bandage of Campspreider. Uitgebreide informatie over deze behandelingen, leest u hier. 

Bij het stellen van de diagnose heupdysplasie na de leeftijd van 1 jaar of bij een heupdysplasie die niet voldoende hersteld is door het dragen van spreidmiddelen, kan de kinderorthopedisch chirurg een operatie voorstellen. Op deze pagina leest u meer over een operatieve behandeling bij heupdysplasie.

Voorbereiding

In voorbereiding op de operatie hebt u met uw kind een afspraak op het preoperatieve spreekuur van de anesthesie (POS). Tijdens dit gesprek wordt de narcose en eventuele aanvullende pijnstilling besproken. De dag van de operatie komt u met uw kind naar de verpleegafdeling waar uw kind wordt opgenomen. Uw kind moet dan nuchter zijn. Na de operatie heeft uw kind een gipsbroek en kan daarmee in een autostoeltje wat breed genoeg is in een auto naar huis vervoerd worden. Bij twijfel over de autostoel kunt u overleggen met de gipskamer.

Tijdens de behandeling

Tijdens de operatie is uw kind onder narcose. U mag met uw kind mee naar de operatiekamer totdat uw kind in slaap gebracht is. Na de operatie mag u op de uitslaapkamer direct bij uw kind komen. Tijdens de opname in het WKZ kan de ouder bij het kind overnachten.

Open heuprepositie

Als het niet lukt om de heupkop door middel van een spreidvoorziening in de kom te krijgen, of als de heupluxatie pas na het eerste levensjaar wordt ontdekt, wordt besloten om de heupkop operatief in de kom terug te plaatsen. Als er weefsel in de heupkom zit dat de heupkop uit de kom duwt, wordt dit verwijderd waarna het uitgerekte gewrichtskapsel wordt ingekort. Soms is er aanvullend nog een bekkenosteotomie en/of femurosteotomie noodzakelijk om een stabiele heup te verkrijgen. Na afloop van de operatie krijgt uw kind een gipsbroek aangelegd. De gipsbroek moet drie maanden blijven zitten.

Pemberton bekkenosteotomie

Er zijn verschillende soorten bekkenosteotomieën om de stand van de heupkom te verbeteren. Bij de meeste kinderen wordt, afhankelijk van de leeftijd en de mate van afwijking van de heupkom, voor een Pemberton bekkenosteotomie gekozen. Deze operatie heeft als doel om de overdekking van de heupkop te verbeteren. Hierbij maken we vlak boven de heupkom een inkeping in het bekken, waarna het deels losgemaakte deel beter over de heupkop wordt gekanteld (zie figuur 1). In de inkeping die hierbij ontstaat, plaatsen we een botspaan (zie figuur 2). Dit is een stukje bot wat we halen uit de bekkenkam. Na afloop van de operatie leggen we bij uw kind een gipsbroek aan voor de duur van ongeveer vier tot zes weken.

 Figuur 1

Figuur 2

Femurosteotomie

Soms is het nodig om een verandering in de stand van de heupkop aan te brengen omdat deze bijvoorbeeld te veel naar voren en te steil staat. Hiervoor moeten we een breuk maken in het bovenbeen, waarna de breuk (osteotomie) in de juiste stand wordt vastgezet met behulp van een plaatje en schroeven. In deze stand groeit het bot weer aan elkaar vast. Na afloop van de operatie leggen we bij uw kind een gipsbroek aan voor de duur van ongeveer zes weken. Na verloop van tijd (minimaal een jaar) moeten het plaatje en de schroeven weer worden verwijderd. Over het algemeen kan dit in een dagbehandeling. Soms is een korte opname nodig.

Figuur 3

Na de behandeling

Na de behandeling spreekt een arts met u en geeft u aanvullende informatie. Uw kind blijft één tot drie dagen opgenomen na de operatie.

Vervolg

Na de operatie heeft uw kind een gipsbroek. Bij vragen of problemen met de gipsbroek, kunt u contact opnemen met de gipskamer. De gipsbroek wordt verwijderd op de gipskamer. Na de operatie krijgt uw kind hier een afspraak voor. Na het verwijderen van de gipsbroek mag uw kind vrij bewegen. Dit gaat in zijn of haar eigen tempo. Meestal is er geen fysiotherapie noodzakelijk.

Mogelijke bijwerkingen

De eerste dagen na de operatie moet uw kind wennen aan de gipsbroek. Uw kind kan hierbij wat huilerig, hangerig of gefrustreerd zijn. Dit verdwijnt meestal na enkele dagen. Neem contact op met de gipskamer als:

  • U drukplekken ziet ontstaan door het gips.
  • U (in het geval van de gipsbroek) blauwverkleuring ziet van de voet.

Mogelijke complicaties

Zelfs als een operatie helemaal volgens protocol is verlopen, kunnen problemen ontstaan. Zulke problemen noemen we complicaties. Mogelijk complicaties die kunnen ontstaan zijn:

  • Infectie: de operatiewond kan ontsteken, waarvoor antibiotica nodig kan zijn.
  • Bloeding: door de operatie kan een bloedvaatje beschadigd raken waardoor een bloeduitstorting ontstaat.
  • Zenuwletsel: tijdens de operatie kan een zenuw beschadigd raken waardoor het gevoel of aansturing van spieren door deze zenuw (vaak tijdelijk) afwezig is.
  • Avasculaire heupkopnecrose: door een doorbloedingsstoornis in de heupkop kan de vorm en groei van de heupkop veranderen.
  • Falen standscorrectie of materiaal: de standscorrectie of het ingebrachte materiaal kan falen.
  • Rest-heupdysplasie: ondanks de operatie blijft (een deel van) de heupdysplasie bestaan.

Hebt u vragen?

Hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen? Neem dan contact met ons op via onderstaande telefoonnummers.

  • Binnen kantoortijden belt u de gipskamer van het WKZ via telefoonnummer 088 75 548 97.
  • Buiten kantoortijden belt u de de spoedeisende hulp van het UMC Utrecht via telefoonnummer 088 75 666 66 en vraag naar de dienstdoende assistent orthopedie.

Polikliniek

Verpleegafdeling

Ziektebeeld