Wij zijn onze website aan het vernieuwen.

Ontdekt u nog een pagina die niet klopt of hebt u een goede suggestie, laat het ons dan weten via webmedia@umcutrecht.nl.

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid.

Operatie

Dit is algemene informatie over de operatie. Of de onderstaande informatie op uw kind van toepassing is, hangt af van de persoonlijke situatie. De zorgverlener van uw kind bespreekt dit met u.

Voorbereiding

Nuchter zijn

Het is belangrijk dat uw kind voor de operatie nuchter is. De anesthesioloog heeft met u besproken hoelang voor de ingreep uw kind niet mag eten en drinken. De belangrijkste reden voor het nuchter zijn is om het risico op verslikken (de maaginhoud komt dan in de luchtwegen) zo klein mogelijk te maken.

Zuigelingen (kinderen jonger dan 6 maanden) mogen (tenzij anders afgesproken) voorafgaand aan het afgesproken tijdstip van de operatie:

  • tot 4 uur voor de operatie een laatste melk- of sondevoeding krijgen
  • tot 3 uur voor de operatie een laatste borstvoeding krijgen
  • tot 2 uur voor de operatie heldere vloeistof drinken

Alle kinderen vanaf 6 maanden mogen (tenzij anders afgesproken) voorafgaand aan het afgesproken tijdstip van opname: 

  • tot 6 uur voor de operatie een lichte maaltijd of sondevoeding krijgen
  • tot 2 uur voor de operatie heldere vloeistof drinken

Lichte maaltijd

Onder een lichte maaltijd verstaan we: een licht ontbijt, bijvoorbeeld brood, crackers of een beschuit met zoet beleg, (géén vleeswaren), aangevuld met melkproducten (borstvoeding, aangemaakte melk, koemelk, pap).

Belangrijk: maaltijden die gebakken vet of vet voedsel of vlees bevatten, vertragen de maagontlediging en zijn dus geen lichte maaltijd.

Heldere vloeistof

Heldere vloeistof is doorzichtige vloeistof zonder prik: appelsap, water (met aanmaaksiroop), thee of koffie zonder melk. Geen melkproducten

Verdovingszalf

Als er is gekozen voor een prikje vóór het slapen gaan, brengen we een uur voor de ingreep witte verdovingszalf op de beide handruggen van uw kind aan. Hierdoor voelt uw kind geen pijn bij het inbrengen van het slaapinfuus. De zalf heeft enige tijd nodig om in te werken. 

In de operatiekamer

U gaat met uw kind en de pedagogisch medewerker naar de wachtkamer van de operatiekamer. Hier halen de anesthesioloog en anesthesiemedewerker u en uw kind op. Eén van de ouders mag mee naar de operatiekamer. Op de operatiekamer gaat uw kind op de operatietafel zitten of liggen. Uw kind krijgt plakkertjes voor de hartbewaking op de borst geplakt en een saturatiemeter op een van de vingers of tenen. Hiermee wordt de hoeveelheid zuurstof in het bloed gemeten.

  • Als er is gekozen voor een prikje om in slaap te worden gebracht, prikt de anesthesioloog eerst het infuus. Uw kind voelt geen pijn, maar voelt wel dat hij of zij wordt aangeraakt. Het slaapmiddel wordt in het infuus gespoten, waarna uw kind na ongeveer twintig seconden in slaap valt.
  • Als er is gekozen voor een kapje om in slaap te worden gebracht, plaatst de anesthesioloog het kapje met narcosegas op het gezicht van uw kind. Na ongeveer zestig seconden valt uw kind in slaap.

Zodra uw kind slaapt, verlaat u met de pedagogisch medewerker de operatiekamer en wordt u terug naar de afdeling gebracht.

Afhankelijk van de soort ingreep en tijdsduur van de operatie brengt de anesthesioloog een beademingsbuisje in de keel, extra infusen, een maagslang en een urinekatheter in. Eventuele plaatselijke anesthesie (prikje in de rug, arm of been) wordt dan uitgevoerd. Gedurende de hele operatie is de anesthesioloog en/of anesthesiemedewerker aanwezig. Zij bewaken de anesthesiediepte, beademing en lichaamscirculatie van uw kind en stellen deze zo nodig bij.

> Meer informatie over de verdoving

De uitslaapkamer en intensive care

Het kan zijn dat uw kind, afhankelijk van de soort en duur van de ingreep, langer bewaakt moet worden. In dat geval wordt uw kind naar de intensive care gebracht (NICU voor pasgeborenen of de afdeling Pelikaan voor grotere kinderen). Zodra uw kind daar is aangekomen en aan de bewakingsapparatuur is aangesloten, haalt een verpleegkundige u op om weer bij uw kind te zijn. Een intensive-care-arts en -verpleegkundige zullen u van de toestand van uw kind op de hoogte houden.

De anesthesioloog heeft een postoperatief pijnbestrijdingbeleid afgesproken. Na de ingreep kan bij pijn zo nodig extra medicatie worden gegeven in de vorm van zetpillen, medicijnen per infuus of een slangetje in de rug.

Na de ingreep brengt de anesthesioloog uw kind naar de uitslaapkamer, daar kunt u weer bij uw kind zijn. Hier wordt uw kind verder wakker in het bijzijn van een gespecialiseerde verpleegkundige.

Eventuele bijwerkingen van de operatie en de narcose (zoals misselijkheid en pijn) kunnen worden behandeld. Als de situatie van uw kind stabiel is, brengt de verpleegkundige u en uw kind naar de afdeling terug.

Naar huis

Als uw kind voor een dagopname komt, mag uw kind als alles goed verloopt dezelfde dag naar huis. U krijgt instructies mee voor de nazorg en het medicijngebruik. De verpleegkundige maakt met u een afspraak voor controle op de polikliniek. U kunt met een taxi of eigen vervoer reizen: een extra begeleider is nodig voor de veiligheid van uw kind bij eigen vervoer. Het is niet toegestaan met openbaar vervoer naar huis te gaan.

Weer thuis

Eenmaal thuis is het verstandig uw kind de rest van de dag licht verteerbaar voedsel te geven. Dus geen vet of gekruid eten. Geef uw kind ook regelmatig te drinken. Uw kind kan hangerig zijn. Leg het op de bank of in bed: na een paar dagen is uw kind weer in zijn gewone doen.

De dag na de operatie neemt de verpleegkundige van de dagbehandeling contact op om te horen hoe het met uw kind gaat. Eventuele vragen of problemen kunt u dan bespreken.

Naast lichamelijke reacties op de operatie en de narcose (hangerig, pijn) kan uw kind ook reacties vertonen als slaapproblemen en angst. Meestal verdwijnen deze reacties na verloop van tijd. Mocht u hierover vragen hebben dan kunt u contact opnemen met een van onze medewerkers.

Film

> Film over narcose (voor kinderen)

Voorlichting en begeleiding van uw kind

Meisje.jpg

Uw kind voorbereiden

Ieder kind is anders en daarmee ook de voorbereiding. Uitgangspunt bij een goede voorbereiding is dat uw kind zich straks zoveel mogelijk op zijn gemak voelt bij ons.   

wKZ maatje 3.jpg

WKZ-maatje

Elke dag zien wij kinderen die het spannend vinden om geopereerd te worden. Daarom heeft het WKZ een app ontwikkeld waarbij een digitaal maatje tot leven gewekt kan worden die bij elke nieuwe stap in het proces rondom de operatie iets vertelt ter afleiding.

WKZ-kind-website.jpg

WKZ-kindersite

Wilt uw kind zien hoe het WKZ eruitziet, of meer weten over een onderzoek, behandeling of ziekte? Op de WKZ-kindersite staat deze informatie voor kinderen en jongeren. 


Contact

U krijgt van de afdeling opname een aantal brochures met informatie toegestuurd. Mocht u voor de opname nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de afdeling opname via telefoonnummer 088 75 540 15. U kunt ook vragen op een briefje zetten en deze tijdens de opnamedag aan de verpleegkundige of arts stellen.

Naar boven