Wij zijn onze website aan het vernieuwen.

Ontdekt u nog een pagina die niet klopt of hebt u een goede suggestie, laat het ons dan weten via webmedia@umcutrecht.nl.

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid.

Verdoving (anesthesie)

Dit is algemene informatie over verdoving. Welke verdoving uw kind krijgt, hangt af van de situatie. De anesthesioloog bespreekt dit met u tijdens het ‘pre-operatief spreekuur’.

Algemene informatie over de operatie
Een gesprek met de anesthesioloog voorbereiden

Wat is verdoving?

Verdoving neemt pijn weg tijdens een operatie of onderzoek. Verdoving heeft de volgende effecten op het lichaam van uw kind:

  • het onderdrukt pijnprikkels
  • het ontspant de spieren
  • het vermindert het bewustzijn
  • het beheerst bewuste en onbewuste reflexen

Deze effecten zijn nodig om goed te kunnen opereren.

Soorten verdoving

Er zijn twee soorten verdoving:

  • Algehele verdoving: het hele lichaam wordt verdoofd. Uw kind wordt in een kunstmatige diepe slaap gehouden, zodat het niets van de operatie merkt. Ook na die tijd kan uw kind zich niets van de operatie herinneren.
  • Plaatselijke verdoving: de anesthesioloog maakt alleen een gedeelte van het lichaam gevoelloos. Uw kind blijft in principe wakker. Het operatiegebied wordt meestal met een operatiescherm afgeschermd, zodat uw kind niets van de operatiehandelingen hoeft te zien. Als uw kind er tegenop ziet om de operatie bewust mee te maken, dan kan het een licht slaapmiddel krijgen. Dit kan ook nog tijdens de ingreep aan de anesthesioloog worden gevraagd.

De anesthesioloog

Een anesthesioloog is een medisch specialist die zich bezighoudt met de verdoving tijdens een operatie of onderzoek.

De anesthesioloog:

Tijdens de operatie of het onderzoek

In de operatiekamer staat de veiligheid van uw kind voorop. Tijdens de verdoving doet de anesthesioloog daarom verschillende metingen om er zeker van te zijn dat het goed met hem gaat. De lichamelijke toestand van uw kind wordt zo continu geregistreerd en gecontroleerd.

  • Met elektroden bewaakt de anesthesioloog de hartslag van uw kind. De elektroden zitten met plakkertjes op zijn borst of armen.
  • Op één van de vingers van uw kind zit een klein, zeer gevoelig apparaatje dat de bloedstroom en het zuurstofgehalte in zijn bloed controleert.
  • Om de arm (of het been) zit een manchet om de bloeddruk van uw kind te meten.
  • Uw kind krijgt een infuus in zijn hand of arm. 
  • Nadat uw kind in slaap is gevallen, krijgt het een zacht, soepel buisje in zijn luchtpijp. Via dit buisje worden de longen beademd tijdens de operatie. Het buisje is verbonden met de bewakingsapparatuur.

Na de operatie of het onderzoek

Als de chirurg klaar is met de operatie, stopt de anesthesioloog met de toediening van de anesthesiemedicijnen. Uw kind wordt dan naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer of recovery) gebracht. Hier kan uw kind rustig wakker worden. Er zijn gespecialiseerde verpleegkundigen die uw kind verzorgen en het goed in de gaten houden.

Mogelijke bijwerkingen

Ernstige complicaties door de verdoving komen zelden voor. Het kan wel zijn dat uw kind na de verdoving last heeft van:

  • hoofdpijn
  • misselijkheid
  • overgeven
  • keelpijn
  • heesheid

Heeft uw kind last van de bijwerkingen? Meld dit dan bij de verpleegkundige. Zij kan uw kind vaak helpen met zijn klachten. Meestal verdwijnen de klachten na twee tot drie uur. Alleen de keelpijn en de heesheid kunnen soms enkele dagen aanhouden. Doordat tijdens de operatie een buisje in de luchtpijp van uw kind is ingebracht, kan zijn keel geïrriteerd zijn.

Up