Vorige week is door diverse media aandacht besteed aan het nieuws dat Emma als eerste gezonde baby in Nederland een MRI-scan onderging voor hersenonderzoek. Dit heeft vragen opgeroepen, wat onder andere blijkt uit een ingezonden opiniestuk in de Volkskrant
Een scherpe blik op deelname van pasgeboren baby’s aan medisch wetenschappelijk onderzoek is heel begrijpelijk en terecht. Bij ieder onderzoek met patiënten zijn zorgvuldigheid en veiligheid leidend. Omdat het onderzoek de nodige vragen blijkt op te roepen over het welzijn van de deelnemende moeders en baby’s, geven we graag wat meer informatie over het onderzoek en hoe dat welzijn wordt gewaarborgd.


Deelname van gezonde baby’s aan een wetenschappelijke studie naar de hersenontwikkeling van te vroeg geborenen is van groot belang om de kwaliteit van leven van kinderen met een moeilijke start te verbeteren.

Jaarlijks worden ongeveer 1.700 kinderen veel te vroeg geboren met als gevolg complicaties aan hersenen en andere organen. Schade aan deze organen hebben een levenslang effect op de kwaliteit van leven van een kind. Elke stap die de kwaliteit verbetert biedt een kind met een moeilijke start een grotere kans om op een meer volwaardige manier deel te kunnen nemen aan school, sport en andere sociale activiteiten. Onderzoekers zijn patiënten, en in dit geval de ouders van Emma, die bereid zijn om mee te doen aan een wetenschappelijke studie daarom heel dankbaar. Hun medewerking is cruciaal om de noodzakelijke medische vooruitgang te boeken. 

Goedkeuring door de Medisch Ethische Toetsingscommissie
Emma is de eerste gezonde baby die een MRI-scan onderging. Het is niet zomaar toegestaan om gezonde mensen in te zetten voor medisch wetenschappelijk onderzoek. Voor dit soort onderzoeken gelden strikte procedures. Allereerst moet het onderzoek waaraan gezonde mensen meedoen, waardevolle informatie opleveren om de behandeling van zieke mensen te verbeteren. En daarnaast moet het welzijn en de veiligheid voor de deelnemende personen natuurlijk volledig zijn gewaarborgd. 

In Nederland kun je geen onderzoek starten zonder een aanvraag bij de Medische Ethische Toetsingscommissie (METC). Die kijkt kritisch en zorgvuldig naar risico’s, opbrengsten van het onderzoek en ethische vraagstukken en op basis daarvan verleent zij haar goedkeuring. De METC heeft voor dit onderzoek goedkeuring gegeven.

Is een MRI schadelijk?
Een MRI is een medisch apparaat dat de binnenkant van mensen in beeld brengt. Dat doet het apparaat door in een magnetisch veld, geluidsgolven naar het lichaam te sturen, die vervolgens een beeld teruggeven van hoe de binnenkant van een mens eruitziet. In tegenstelling tot bijvoorbeeld röntgenstraling, zijn het magnetische veld en de geluidsgolven niet schadelijk.

Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd ondergaan jaarlijks veel kinderen een MRI-scan. Alleen al in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) gaan jaarlijks ruim 300 baby’s in de MRI. Deze kinderen zijn patiënten en worden gevolgd tot een leeftijd van vijf jaar in een follow-up programma. Binnen deze groep (meer dan 2000) kunnen we dus goed zien dat de MRI geen nadelig effect heeft op kinderen en volkomen veilig is. 

In een MRI moet de patiënt heel stilliggen. Daarom is de MRI niet zo geschikt voor jonge kinderen. Baby’s daarentegen kunnen, van tevoren gevoed en ingebakerd, rustig en comfortabel slapend door de MRI gescand worden. Tijdens de scan worden vitale functies, zoals zuurstofgehalte in het bloed, hartslag en ademhaling ook gemonitord. Als een baby zich niet comfortabel voelt dan is dat te zien in deze waarde en kan het onderzoek direct worden gestopt.

Om patiënten te beschermen tegen het vrij harde geluid dat een MRI maakt, krijgen zij gehoorsbescherming. Dat geldt ook voor baby’s die de MRI in gaan. Zij worden ‘ingepakt’ in een speciaal beschermingspak, waarbij het gehoor beschermd is tegen het geluid.

MRI-onderzoek met gezonde baby’s wordt al in heel veel andere landen uitgevoerd. Nederland liep tot nu toe hierin achter bij andere ontwikkelde landen.

Over het onderzoek
De hersenontwikkeling van te vroeg geboren baby’s, en eigenlijk alle baby’s met een moeilijke start die worden opgenomen op een intensive care, lopen vaak vertraging op waardoor zij op latere leeftijd cognitieve en sociale problemen ontwikkelen. Door zowel de gezonde als de te vroeg geboren groep met elkaar te vergelijken, hopen we beter inzicht te krijgen in de hersenontwikkeling van baby’s en zo betere voorspellingen te kunnen doen van mogelijke problemen die prematuur geboren baby’s en baby’s met een moeilijke start kunnen ontwikkelen. 

Baby’s die (veel) te vroeg geboren worden, komen terecht op de neonatale-Intensive Care. Juist tussen de 24e en 40e week maken de hersenen hun snelste ontwikkeling door. Ze groeien dan van een glad orgaan tot de gekronkelde structuur die we kennen van het volwassen brein. Tijdens een IC-opname moeten er veel belastende en stressvolle dingen gedaan worden bij die kinderen, om ze te laten overleven. Zo liggen ze in een couveuse, wordt er bijvoorbeeld bloed geprikt, krijgen ze speciale lijnen voor voeding en soms zijn zelfs operaties nodig. Dit vergroot de kans op hersenschade en een afwijkende ontwikkeling.

Gelukkig zien we tegenwoordig steeds minder vaak hele ernstige schade. Dit komt omdat er steeds meer bekend is over schommelingen in de bloeddruk en er ook steeds meer hersenscans worden gemaakt en vergeleken. Dit alles draagt bij aan een hogere overlevingskans en betere kwaliteit van leven. Toch is er nog een hoop te verbeteren aan de kwaliteit van leven van de baby’s die deze periode overleven. Daarom is het heel belangrijk om te weten hoe normale hersenontwikkeling eruit ziet.

Emma heeft een MRI-scan ondergaan toen ze twee dagen oud was, maar ook toen ze nog bij haar moeder in de buik zat. Meer over de inhoud van het specifieke onderzoek waaraan Emma met haar ouders deelneemt is hier te lezen.

Het is goed om wetenschappelijk onderzoek met gezonde, maar ook zieke baby’s kritisch te benaderen. Dat doen we vanuit het UMC Utrecht iedere dag opnieuw. Artsen en onderzoekers stellen het belang van elke baby voorop en geven graag uitleg over het onderzoek dat plaatsvindt.

Namens het onderzoeksteam,

Manon Benders, hoogleraar neonatologie