De slokdarm en de luchtpijp zijn voor de geboorte ontstaan door splitsing vanuit één buis. Als een kind geboren wordt met een slokdarmafsluiting dan zijn er ook vaak afwijkingen aan de vorm en de functie van de luchtpijp. Daarom kan een klein kind vaak ook luchtwegklachten houden nadat bij geboorte de slokdarm middels een operatie is hersteld. Deze klachten kunnen mild zijn, maar zijn soms ook levensbedreigend. Bijvoorbeeld wanneer de slappe luchtpijp leidt tot ernstige longinfecties of als de luchtpijp geheel dichtklapt waarbij het kind kan stikken. Ook kunnen er nieuwe verbindingen ontstaan tussen de slokdarm en de luchtpijp. Dan verslikt het kind zich regelmatig bij voeding.

Behandeling van slokdarm en luchtweg aandoeningen
In het Wilhelmina Kinderziekenhuis (onderdeel van het UMC Utrecht) worden kinderen met een aangeboren slokdarmafsluiting geopereerd met speciaal hiervoor ontwikkelde kijkoperatietechnieken. Deze operaties zijn hierdoor minder belastend voor de baby’s. Sommige baby’s kunnen al een paar dagen na geboorte zelf (borst)voeding drinken via hun nieuw aangesloten slokdarm. 

Daarnaast zijn in het Wilhelmina Kinderziekenhuis de laatste jaren ook kijkoperatie-technieken ontwikkeld om klachten door slapte van de luchtpijp te behandelen of zelfs te voorkomen. Dit kan door het optrekken van de luchtpijp aan de voorzijde, als er sprake is van zwakte van de kraakbeenringen, of door het opspannen van de slappe achterwand van de luchtpijp aan de wervelkolom, waardoor dichtklappen van de luchtweg wordt tegengegaan.


Met een kijkoperatie worden de twee uiteinden van de slokdarmafsluiting (DE en PE) aan elkaar gesloten. Tijdens deze operatie kan ook preventief de slappe achterkant van de luchtpijp (PTM) worden opgespannen aan de voorzijde van de wervelkolom (ALSL). Zo kan dichtklappen van de luchtpijp worden voorkomen en behoeft het kind geen tweede operatie.​

Noodzaak Internationaal Slokdarm en Luchtweg Expertisecentrum
Slokdarmafsluiting is eigenlijk een levenslange aandoening en vraagt daarom om een levenslange begeleiding. Het komt in Nederland per jaar bij ongeveer 40-50 pasgeboren kinderen voor. Een klein deel van deze kinderen heeft daarbij ook ernstige luchtwegproblemen. Een groter deel heeft mildere luchtwegklachten. Niet alle kinderen hebben een operatie nodig, sommige kunnen ook goed begeleid worden door kinderartsen, longartsen en KNO-artsen. Omdat het gaat om zeldzame aandoeningen, die wel ernstig kunnen verlopen, is er noodzaak tot centralisatie van de behandeling. In het Wilhelmina Kinderziekenhuis zijn alle noodzakelijke specialismen en alle operatieve en niet-operatieve behandelmethoden beschikbaar. 

Het Wilhelmina Kinderziekenhuis is op dit moment het enige expertisecentrum in Europa voor aangeboren slokdarm- en luchtwegaandoeningen, waar baby’s en kleine kinderen voor behandeling van dit soort ernstige klachten naar toe kunnen worden gestuurd. Inmiddels zijn er al meerdere kinderen vanuit het buitenland voor hun behandeling naar Utrecht gekomen.
Een pasgeboren baby met een slokdarmafsluiting en ernstige afwijkingen van de luchtpijp heeft de expertise en zorg nodig van een heel groot team van behandelaars. Het hele team maakt het mogelijk om de slokdarm te herstellen zodat het kind weer kan drinken en groeien. Door de luchtpijp te herstellen kan het kind weer goed ademen.